Verslag Conferentie CPS: Leesvaardigheid MVT en het ERK

Gisteren heb ik met twee collega’s (Anne-Marie en Gerard) een conferentie van het CPS bijgewoond in Amersfoort, met als thema: ‘Leesvaardigheid MVT en het ERK’. Na een reis zonder al te veel problemen kwamen we iets te vroeg aan, maar dat had tenminste als voordeel dat alle plaatsen nog vrij waren. Na een korte opening door de dagvoorzitter Judith Richters, kwam professor Gerard Westhoff aan het woord over leesvaardigheid en het Europees Referentiekader. Hij legde kort uit wat het ERK is en dat er voor verschillende beroepen verschillende profielen kunnen worden opgesteld (aan een baliemedewerker worden andere eisen gesteld dan aan een secretaresse.) De kern van zijn betoog kwam op het volgende neer:

Meten en mesten zijn twee verschillende dingen.

Een zonnebloem wordt niet groter doordat hij elke dag gemeten wordt.

Hij doelt daarmee op de toetscultuur die op veel scholen heerst. Hij merkte op dat toetsen absoluut noodzakelijk is, maar dat een zonnebloem mest nodig heeft in de vorm van: vocabulaire (dit hoeft niet per se in zinsverband geleerd te worden blijkt uit onderzoek.), kennis over hoe een tekst in elkaar zit, kilometers maken en kennis bewust inzetten (strategiegebruik). Dit is iets om ook in mijn eigen lesgeven bij stil te staan. Hij wees erop dat kilometers maken erg belangrijk is en hij maakte daarbij de vergelijking met de Puy de Dôme die door leerlingen beklommen moet worden. De beste weg is door de weg rondom de berg te volgen en zo geleidelijk aan de berg te beklimmen. Docenten hebben nogal eens de neiging om tegen leerlingen te zeggen: “Fiets op de rug en in één keer omhoog klimmen.”

Vervolgens kwamen Noud van Zuylen en Yvette Golstein van het Cito aan het woord, maar bij deze presentatie kwam voor mij niet veel nieuws aan bod.

Na een korte koffiepauze heb ik de presentatie bijgewoond van Maartje Visser en Trees Haaksma van het CPS met als onderwerp: “Leerlijn leesvaardigheid en leesstrategieën”. Dit was een zeer interessante bijeenkomst. Zij liet onder meer zien dat lezen een actief proces is waarin een lezer betekenis verleent aan tekst door kennis erop toe te passen. Dit kan zijn taalkennis (van woord- naar zins- naar tekstbegrip) of niet-talige kennis (kennis van de wereld). Niet-talige kennis kunnen leerlingen onder andere opdoen door bijvoorbeeld naar het journaal te kijken of door een krant te lezen. Eigenlijk vindt telkens hetzelfde proces plaats: taalkennis en niet-taalkennis activeren – verwachting – voorspelling doen – voorspelling eventueel bijstellen. Bij lezen moet de nadruk liggen op een drietal zaken:

1. Woordkennis: hoe meer woorden je kent hoe beter het leerresultaat.
2. Leeskilometers maken: veel lezen. (beter veel korte tekstjes dan één lange.)
3. Strategieëntraining

Een interessant feit dat ze noemde is dat woorden leren door lezen alleen werkt als 95% van de woorden al bekend is. Dit liet ze zien door telkens een tekst aan te bieden met een bepaald percentage ontbrekende woorden. Een ander opmerkelijk feit: het leren van woordjes is zinsverband is niet beter dan het leren van losse woordjes, blijkt uit onderzoek.

Na de lunch vond tenslotte de laatste workshopronde plaats. Deze workshop werd gegeven voor Carel van den Burg van het CPS en deze droeg als titel: “Examentraining (verschillende activerende werkvormen bij intensief lezen)”.

Er werden groepjes gemaakt van 4 docenten. De bedoeling was dat docenten die dezelfde taal geven bij elkaar gingen zitten. Er waren docenten Frans, Duits en Engels. De docenten moesten zich eerst even aan elkaar voorstellen. Daarna moesten zij aangeven hoe zij leesvaardigheid aanpakken in hun les en hiervan moest na zo’n 20 minuten verslag worden uitgebracht. Daarbij moesten dan zaken die voor iedereen interessant kunnen zijn eruit gelicht worden. Ik wil er één werkvorm even uitlichten. Een mevrouw vertelde dat ze bij een eindexamen met meerkeuzevragen de antwoorden weghaalde en dat zij dan de leerlingen antwoorden liet bedenken op de vragen. Nadat de leerlingen deze antwoorden in groepjes hadden bedacht konden deze worden vergeleken met de ‘oorspronkelijke’ antwoorden en dan kon alsnog een keuze worden gemaakt. Het mooie van deze werkvorm is dat deze ook bij bijvoorbeeld luistervaardigheid kan worden toegepast, daarom licht ik deze er even uit.

Een aantal dingen die Carel opvallen bij Examen ‘training’ zijn:

  • Het is meestal gericht op het CSE
  • Het begint enkele weken / maanden voor het CSE
  • Alle examenvakken starten er ongeveer gelijk mee
  • Het bestaat uit het individueel maken van examen van vorig jaar
  • Het wordt klassikaal besproken of nagekeken met nakijkbladen
  • Het is voor leerlingen die goed zijn in het vak vaak een ‘crime’
  • Het is voor leerlingen die slecht zijn in het vak telkens een bevestiging hiervan
  • Iedereen moet tegelijk hetzelfde kunstje doen

Als ik die punten zo bekijk, moet ik zeggen dat ik me hier wel in kan vinden en dat ik zelf ook zoekende ben naar meer activerende werkvormen. Gelukkig kwamen deze in deze workshop ruimschoots aan bod.

Vervolgens moesten de docenten aan een examen werken. Belangrijk was dat zij niet een examen namen van het eigen vak, maar van een andere taal. Dit was vooral bedoeld om te voelen wat een leerling voelt, wanneer hij met een vreemde taal bezig is. Ook het niveau was pittig: het was namelijk het eindexamen Engels (Duits of Frans) VWO van 2009. Telkens kwam bij een tekst een activerende werkvorm aan bod. Ik licht er even één werkvorm uit:

Tekst 1
Duo’s Tijd: maximaal [5′]

  1. Iedere leerling maakt individueel de vragen bij tekst 1;
  2. Vergelijk daarna je antwoorden met een leerling uit je team (een andere groep, rij met hezelfde examen);
  3. Kom bij verschillen tot een overeenstemming;
  4. Wanneer jullie het niet eens worden of het gewoon niet weten
  • a) vraag dan bij leerlingen die het wel weten om uitleg
    of
  • b) draag deze voor om klassikaal te bespreken

Bij de instructie zijn een aantal zaken belangrijk:

  1. Wat moet de leerling doen?
  2. Hoe moet de leerling het doen?
  3. Hoe lang heeft de leerling de tijd?
  4. Welke hulp kan de leerling krijgen?
  5. Wat wordt er gedaan met de opbrengst/beoordelingscriteria?
  6. Wat moet de leerling doen wanneer het werk af is?

Er kwamen in totaal 8 activerende werkvormen aan bod. Ik vond het een heel inspirerende workshop en al met al een zeer geslaagde dag.

Carel heeft ook een boek geschreven over activerende werkvormen: Basisboek activerende didactiek en samenwerkend leren. Het is te bestellen bij het CPS, maar ook bij bol.com. Activerende didactiek en samenwerkend leren (ADSL) is een verzamelnaam voor werkvormen waarbij leerlingen (en docenten en schoolleiders) op een gevarieerde en actieve manier werken en leren. Ik wil meer
van deze werkvormen gaan gebruiken, want ik moet eerlijk toegeven dat ik leerlingen niet zo vaak in groepjes laat werken, behalve dan bij spreekvaardigheid. Ik ga dit doen in combinatie met Mouse Mischief, waarover ik zeer binnenkort zal berichten, omdat ik nu mijn 10 draadloze muizen uit Hong Kong binnen heb 😉

Advertenties

3 thoughts on “Verslag Conferentie CPS: Leesvaardigheid MVT en het ERK”

  1. In Antoines overigens prima weergave van mijn voordracht op de cps-conferentie over ERK en lezen staat één ding dat ik graag een beetje wil recht zetten. Het gaat over al dan niet in zinsverband leren van woordjes. Wij hebben daarover de laatste jaren aan de universiteit Utrecht gedaan onderzoek (proefschrift Machteld Moonen). Daar komt uit dat je inderdaad ook woordjes kunt leren zonder zinsverband. Op de korte termijn is dat zo op het eerste gezicht zelfs efficienter. Je kunt meer woordjes leren in minder tijd. MAAR: Woordjes die je in een logische en vaak voorkomende context hebt geleerd worden beter onthouden en kunnen makkelijker worden geactiveerd, terwijl op de langere termijn het efficientievoordeel wegvalt omdat je de ‘meegeleerde’ woordjes van de context er ‘gratis’ blijkt bij te hebben gekregen.
    Samengevat: Je kunt ook woordjes leren door ze los in te prenten, maar met name op de langere termijn is het voordeliger om ze samen met een logische context in te laten prenten, bv. door ze zoals in Machtelds onderzoek telkens tot heel kleine verhaaltjes te laten combineren en leren. (Dat is trouwens ook een stuk leuker dan het er in stampen van tweetalige woordenlijstjes)
    Gerard Westhoff

    1. @Gerard

      Hartelijk dank voor je aanvulling. Wanneer ik zinnen overhoor dan krijgen leerlingen daar trouwens altijd de zin bij, omdat de rest van de zin ook kan helpen bij het begrijpen van het woord. Ik vond het trouwens een zeer leuke voordracht en erg beeldend verteld.

  2. Over woordjes leren via kleine verhaaltjes:
    25 jaar geleden paste mw Ankie Daams, docente Frans en o.m. vakdidactica aan de toenmalige COCMA/Hogeschool Utrecht, dit systeem al toe door zelf geestige verhaaltjes te schrijven met de woorden die haar leerlingen cq studenten moesten leren.
    Mooi dat haar werkwijze wordt bevestigd.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s