Verslag Good Practice Day Talen Leiden

Gisteren heb ik de Good Practice Day in Leiden bezocht. Het is eigenlijk altijd wel een geslaagde dag omdat het gaat om workshops van docenten voor docenten. De workshops hebben altijd een heel praktisch karakter en wat je leert kun je direct toepassen in je lessenpraktijk.

De dag begon met een lezing van Pieter Steinz en hij had als titel “Macbeth heeft echt geleefd”. De lezing had als thema intercontextualiteit. Ik weet nu in ieder geval waar de naam James Bond vandaan komt. James Bond is vernoemd naar een Amerikaanse ornitholoog met dezelfde naam, een expert op het gebied van Caribische vogels. Fleming was op zoek naar een onopvallende naam voor zijn hoofdpersoon en na het lezen van Bond’s veldgids Birds of the West Indies (Vogels van West Indië) besloot hij dat James Bond een uitstekende keuze was. Pieter Steinz neemt overigens afscheid als chef boeken van de NRC.

Workshopronde 1: Seconde Vie

Gpd 2012 seconde_vie

View more presentations from antoinevandinter.De verschillende onderdelen bij Seconde Vie kunt u hier downloaden:- Leerlingendossier Seconde Vie
Seconde Vie: digitale versie
Ganzenbord Seconde VieIk heb voor Seconde Vie ook nog materiaal ontwikkeld dat ik in de les gebruik. Wanneer u dat wil ontvangen, neem dan even persoonlijk contact met me op.Na de lezing begaf ik me naar de zaal waar ik zelf een workshop mocht verzorgen met als titel: “Seconde Vie”. Hoe kun je je leerlingen laten praten door een andere identiteit te laten aannemen. Eerst was er een introductieronde waarin iedereen zichzelf kort voorstelde en vertelde hoe hij/zij spreekvaardigheid aanpakt in de lessen. De deelnemers kwamen zelf met een aantal leuke ideeën, zoals: post-its op de rug van een leerling plakken en het object dat daar op staat laten raden aan de hand van een beschrijving, spreekkaartjes gebruiken met spreekopdrachten (wat neem je mee naar een onbewoond eiland), een filmster kiezen en die beschrijven, vertellen wat je lesrooster is, een plattegrond maken van een kamer en deze beschrijven, presentaties, naar een vreemde stad gaan en daar interviews houden in het Frans, toneelstukjes, een Franse gast uitnodigen en de leerlingen vragen laten stellen (wel een les eerder laten voorbereiden), leerlingen een gatentekst laten maken bij een Frans chanson. Ook Anja Kock was bij de workshop aanwezig en ik wil u graag wijzen op haar website, met een heleboel oefeningen.

Vaak blijft het spreken bij het gebruiken van oefeningen uit de methode die eigenlijk niet communicatief zijn. De ene leerling weet namelijk al wat de andere leerling gaat zeggen en hoeft daarom niet te luisteren naar de andere leerling. Je kunt een oefening uit de methode eenvoudig communicatiever maken door te zorgen voor een ‘information gap’. Met een ‘information gap’  wordt bedoeld dat leerling A niet weet over welke informatie leerling B beschikt en omgekeerd. Door vragen te stellen kan deze kloof overbrugd worden. Een oefening in het boek kun je eenvoudig communicatiever maken door een aantal eenvoudige ingrepen:

1) Zorg voor 2 versies (A en B)
2) Zorg ervoor dat B moet reageren op wat A zegt en omgekeerd.

Een voorbeeld:

Om het spreken voor leerlingen leuker en minder eng te maken, kunt u ze een andere identiteit laten aannemen. Dit vraagt enige voorbereiding van de leerlingen en de eerste keer is het dan ook verstandig om dat onder uw begeleiding te doen in een computerlokaal of in de mediatheek.

Als theoretisch kader kun u de oefeningentypologie van Neuner gebruiken. Die bestaat uit 4 fasen:

  • Fase A: aanbieden van taalmiddelen (semantiseringsfase)
  • Fase B: inslijpen van taalmiddelen (consolideringsfase)
  • Fase C: gestuurde productie
  • Fase D: vrije productie

De 4 fasen lopen van receptief naar productief.

Zo maar in het wilde weg beginnen met spreekvaardigheid werkt niet en op een gegeven moment vallen de leerlingen stil.

Bij elk onderwerp moet u zich 2 vragen stellen:

1) Welke grammatica heeft een leerling voor dit onderdeel? (In plaats van de behandeling van de grammatica willekeurig aan bod te laten komen, komt hij aan bod als u hem nodig heeft om te communiceren.)

2) Wat heeft de leerling nodig aan vocabulaire?

In dit geval moet de leerling bij de grammatica weten hoe hij een vraagzin maakt. Voor het vocabulaire moet hij kunnen spellen en dit kunnen verstaan.

Het is dus de bedoeling dat de leerling thuis voorbereidt. Dat is cruciaal om er in de les succesvol mee te kunnen werken. Het advies is dus om dit de eerste keer samen te doen.

Het eerste wat je in de klas doet is de grammatica en het benodigde vocabulaire oefenen. Dit kan op allerlei manieren. Er zijn allerlei geschikte sites te vinden.

Vervolgens krijgen de leerlingen een leeg schema en moet elke leerling een vraag stellen. De andere leerlingen luisteren naar de vraag en noteren (evenals de vrager) het antwoord op hun antwoordblad. Dit zorgt ervoor dat alle leerlingen actief zijn. Na afloop controleer je of de leerlingen het goed hebben gedaan. Dit kan door de antwoorden te presenteren, maar dit kan ook door het aan leerlingen terug te vragen. Daarbij moeten ze dat wel doen in de 3e persoon enkelvoud, waardoor ze weer op een andere manier oefenen met spreekvaardigheid.

Na deze werkvorm is het aan de leerlingen om in tweetallen te oefenen. Wanneer leerlingen zelf aan de slag moeten is het handig om gebruik te maken van het model van de volledige instructie, zoals dat eerder op dit weblog is beschreven. Het toevoegen van een timer aan de pagina, zoals hier beschreven is aan te bevelen, om ervoor te zorgen dat leerlingen direct aan de slag gaan. Het oefenen van spreekvaardigheid kan met de werkvorm wandel-wissel uit, waarbij je de leerlingen door de klas laat lopen en op jouw teken een partner laat uitzoeken. Er is wederom sprake van een ‘information gap’ en de leerlingen noteren het antwoord op het blad. Aan het einde kun je dan aan een paar leerlingen vragen wie ze hebben ontmoet. Belangrijk is om in de fase geen leerlingen te corrigeren, omdat het juist de bedoeling is dat ze praten. Loop niet storend door de klas, noteer fouten die u hoort en kom hier aan het einde van de les op terug. Een aantal leestips vindt u terug in de bovenstaande powerpoint presentatie.

Workshopronde 2: ICT in de les Frans: praktische toepasbaarheid en educatieve waarde van Franstalig internet materiaal – Anouk van de Drift (Haarlemmermeer Lyceum, Hoofddorp)

In deze workshop wilde Anouk ons laten zien hoe je het internet kunt inzetten in de les, ook als je niet zo goed bent met computers. Anouk begon met ons een Youtube-filmpje te laten zien dat zij in de eerste klas gebruikt bij haar eerste les. De titel luidt: ‘Salut!’ Het mooie is dat leerlingen spontaan mee gaan zingen en het op die manier op een ludieke wijze leren. Dat heeft te maken met het feit dat ze al veel naar filmpjes kijken en ook met het ritme van het nummer.

Verder liet Anouk ons een aardig filmpje zien over bepaalde stereotypen van de Fransen, met als toepasselijke titel: Cliché. U vindt het filmpje hieronder.

Een aantal andere interessante sites die aan bod kwamen waren: flevideo, lyricsgaps, bfmtv, 1jour1actu, Jean Petit qui danse en le verbe aller.

Anouk heeft ons voorzien van een hele lijst met links en van een heleboel materiaal dat direct in de les kan worden ingezet.

Workshopronde 3: Photolecture vernieuwd – Frank Claessen (Sectiebestuurslid Frans van VLLT)

Frank is de bedenker van deze applicatie en heeft hem uitgewerkt met Chantal Weststrate en Heleen Jansen. Photolecture is een project voor A1, A2, B1 niveau en heeft als doel ‘iets’  te doen met Franse opschriften. Dat ‘iets’  kan zijn vocabulaireverwerving, maar ook het behandelen van een grammaticaal onderwerp. Er is een grote bak met foto’s (waaraan u overigens ook uw eigen foto’s kunt toevoegen) waaruit een selectie wordt gemaakt, die in een kleinere bak terecht komt en die selectie wordt vervolgens afgespeeld met een ‘viewer’  (= een gratis programma waarmee je de foto’s kunt bekijken). De ‘viewer’  die gebruikt wordt is ‘Irfanview’  die overigens ook gratis is te downloaden. Er zijn 3 kenmerken waarop je de foto’s kunt selecteren:

1. Onderwerp: bijvoorbeeld ‘Pays, region, villes, villages’, ‘Circulation/panneaux’ of een ander onderwerp. In totaal zijn er 36 onderwerpen.

2. Grammaticaal onderwerp: er zijn 16 verschillende grammaticale onderwerpen.

3. Op ERK niveau: A1, A2, B1, B2.

Bij de foto’s hoort ook een website. Die vindt u hier: http://www.photolecturelane.eu

Het was een zeer geslaagde studiedag en het was ook leuk om weer een aantal collega’s te spreken die ik al lang niet meer gesproken heb. Ook het uitwisselen van ideeën tijdens zo’n studiedag is altijd er nuttig. En natuurlijk het feit dat het docenten uit de praktijk van alledag zijn, die de workshops verzorgen. Zij weten het best waar docenten tegenaan lopen en hoe ze bepaalde zaken anders en slimmer aan kunnen pakken.