Categorie archief: didactiek

Ongewenste nickname blokkeren in Kahoot!

Kahoot! is een mooie tool om leerlingen te laten stemmen via hun mobiel. Eén probleem waar je als docent tegenaan kunt lopen is dat leerlingen een ongewenste nickname kiezen, zie je niet van het scherm kunt verwijderen. Gelukkig heeft Kahoot daar iets voor verzonnen: je kunt vanaf nu ongewenste gebruikersnamen blokkeren en op het toestel van de leerling is dat dan ook te zien. Hoe dan? Bekijk daarvoor de onderstaande video.

Plickers: papieren stemkastjes (vervolg)

Vandaag heb ik voor de tweede maal gewerkt met Plickers en wel in de derde klas. Ik heb in deze klas de kleine bijzonderheden bij de regelmatige werkwoorden op -ER- behandeld en ik wilde testen of leerlingen de uitleg begrepen hebben. Om dit te testen heb ik een powerpoint gemaakt met 10 vragen. Telkens was één van de antwoorden correct. Met Plickers konden de leerlingen aangeven welk van de twee antwoorden het juiste was. Ik liep wel tegen een probleem aan en dat was het volgende: ik wilde graag de powerpoint vertonen naast de pagina van Plickers waar de uitslagen live worden gepresenteerd, maar dat kan niet zo maar. Gelukkig is het mogelijk in Windows om 2 verschillende applicaties naast elkaar te tonen en wel op de hieronder beschreven manier.

Deze functie is ook handig als je een Powerpoint wil combineren met bijvoorbeeld een countdowntimer.

Mijn ervaringen bij het gebruik van Plickers:

– Het scannen verliep over het algemeen snel en goed. Er waren 2 kleine probleempjes:

a) Soms was de kaart niet goed zichtbaar.
b) Bij enkele leerlingen was er een glans zichtbaar die het scannen een beetje bemoeilijkte, maar als de kaart een beetje werd gedraaid werd dit probleem vanzelf opgelost.

– Ik vergat zelf soms om naar een nieuwe vraag te gaan.

– De scores werden live zeer snel weergegeven. Daar zat geen merkbare vertraging in, dus dat werkt mooi.

Nationaal Congres Onderwijs & Sociale Media

logo_HOME zonder data

Sociale media raken onderwijsinstellingen aan alle kanten. Leerlingen zijn de hele dag online. Daar kan gebruik van worden gemaakt in het onderwijs zelf. Maar denk ook aan reputatiemanagement, instroom, school- of studiekeuze en interne en externe communicatie. De mogelijkheden zijn eindeloos, en sociale media zijn al zo ingebakken in de samenleving dat achterblijven geen optie meer is.

Op 14 t/m 17 mei 2013 vindt het 2e Nationaal Congres Onderwijs & Sociale Media plaats in het nieuwe filmmuseum EYE in Amsterdam. Elk onderwijstype een eigen congresdag én preconference voor leidinggevenden:

–       Primair Onderwijs: congresdag 15 mei, preconference 14 mei

–       Voortgezet en Middelbaar Beroepsonderwijs: congresdag 16 mei, preconference 15 mei

–       Hoger Onderwijs: congresdag 17 mei, preconference 16 mei

Kom nu met korting naar dit congres!

De organisatie heeft mij de gelegenheid gegeven om mijn lezers een korting aan te bieden. Als je je nu aanmeldt voor het congres, en je vult de kortingscode VanDinter-10% in, dan krijg je 10% korting! Ik mag slechts 3 kortingscodes weggeven, dus wees er snel bij.

Ga naar www.ncosm.nl voor meer informatie of om je aan te melden.

Flubaroo gebruiken om Google Docs kwis te beoordelen

Met behulp van scripts in Google Docs kunt u extra functionaliteit toevoegen aan documenten die gemaakt zijn met Google Docs. Met behulp van formulieren kunt u een kwisje maken, dat u vervolgens met Flubaroo kunt beoordelen. Wat verder mooi is aan Flubaroo is dat u een overzicht krijgt van de resultaten en dat u deze eventueel ook kunt mailen aan uw leerlingen. Hoe het een en ander in zijn werk gaar kunt u hieronder bekijken.

 

 

Verslag Good Practice Day Leiden 2013

Na een kleine vertraging uiteindelijk toch aangekomen in Leiden. Zo’n 250 docenten hebben zich aangemeld voor deze dag. Het mooie zelf vind ik dat het workshops zijn van docenten voor docenten.

Gerard Westhoff trapte af met zijn lezing: Leestraining voor een beter examenresultaat.

Zijn insteek is een leestraining voor vreemde talen. Het is volgens hem belangrijk om te komen tot een gezamenlijke aanpak. Westhoff constateert dat er in de bovenbouw nauwelijks progressie wordt geboekt in de leesvaardigheid. Hij vergelijkt het met het rijbewijs. Je kunt wel de theorie geleerd hebben, maar dat wil nog niet zeggen dat je de praktijk beheerst. 3 peilers onder goed CE-resultaat zijn:

1. Kennis

2. Strategische vaardigheden

3. Testwiseness

1. Kennis: lezen is voor 90% kennisafhankelijk. Goed lezen is gebaat bij tempo.

Kennisgebieden:

1. Woordenschat, inclusief contexten VWO eindexamen: woordenschat 6000 woorden: 30 woordjes per week.

2. Structuren en hun markeerders: op alle tekstniveaus. Dankzij / Ondanks hard werken is hij voor zijn examen getroft. Wat betekent in deze zin ‘getroft’. Dat kun je afleiden van het structuurwoord.

3. Kennis van de wereld: nieuws bekijken.

Leeractiviteiten: Woordenschat

1. Woordjesverzameling laten aanleggen (met contexten)

2. Kilometers maken (examenteksten niet geschikt): boekjes, kranten

3. Doeltaal-voertaal

Leeractiviteiten: Structuurmarkeerders

1. Bewustmaking/laten benoemen

2. Aanwezige structuurwoorden opzoeken.

3. Impliciete markeerders expliciet maken. (Knipteksten + verantwoordeing en bespreking)

Leeractiviteiten: Kennis van de wereld

1. Kranten/tijdschriften: http://www.kidon.com

2. De ‘oude’ media (radio/tv)

3. De ‘nieuwe’ media.

Strategische vaardigheden:

1. Relevantie

2. Hoofdgedachte (kop en chapeau)

3. Belangrijke elementen en hun verband (tussenkopjes/mindmap) Per alinea tussenkop laten maken met structuurwoord.

4. Intenties auteur (Wat wil/vindt/voelt hij) Lijstje maken van wat de schrijver wil.

N.B. Belangrijkste leeractiviteit: bewust maken/expliciteren

Geïntegreerde aanpakstrategie

1. Leesdoel bepalen.

2. ‘uitstekende delen’ bekijken: 1e voorspelling

3. Begin en eind alinea’s lezen: 2e voorspelliing

4. Hele tekst doorlezen: 3e voorspelling

5. Structuurwoorden markeren/ verbanden bepalen

6. Tussenkopjes (vraag) per alinea + structuurwoorden.

Testwiseness

1. Items doorzien (zelf items laten maken: geef alleen de tekst)

2. Je niet laten afleiden

– Eerst de vraag lezen

– Bedenk eigen antwoord

– Dan pas alternatieven lezen

– Dichtst bij het eigen antwoord

Gokkans vergroten:

1. Schrap foute alternatieven

2. Voor overblijvende alternatieven

– Geen tekstecho

– Langste alternatief

– loten

Samenvattend

1. KILOMETERS MAKEN

2. WOORDJES LEREN MET CONTEXT

3. Nieuws volgen

4. Structureren

5. Oefenen met leesstrategieën

6. Testwiseness

Workshop 1: Literatuur, film en vocabulaireverwerving – Marja van de Lagemaat

In deze workshop liet Marja van de Lagemaat ons zien hoe zij in 6 VWO leerlingen in aanraking brengt met Franse literatuur en hoe zij tegelijkertijd vocabulaire aanbrengt en schrijfvaardigheid en spreekvaardigheid oefent. Zij doet dit aan de hand van het boek ‘L’Adversaire’ van Emmanuel Carrère. Marja begint met het tonen van de foto van het boek om leerlingen te laten raden waarover het boek gaat. Het boek is gebaseerd op een waargebeurd verhaal, namelijk het verhaal van Jean-Claude Romand, die 18 jaar een dubbelleven heeft geleid en die zijn ouders, zijn vrouw en zijn kinderen om het leven brengt, enkel en alleen om te voorkomen dat zij zijn geheim ontdekken. Dit is zeker een boek dat ik wil gaan lezen. Er is ook een film gemaakt van het boek, die overigens op veel punten afwijkt.

Workshop 2: Breng je boek in kaart: Guusje Groenen en Marlies van Eunen

In deze workshop lieten Guusje en Marlies zien hoe je een mindmap kunt maken van een boek met behulp van MindMeister. Het mooie van Mindmeister is dat je een mindmap met iemand anders kunt delen en dat je ook kunt bekijken hoe de mindmap tot stand is gekomen met behulp van de ‘rewind-functie’. De literaire mindmap kan gebruikt worden als alternatief voor het leesdossier. Martijn Koek heeft hier over geschreven op taalunieversum. De deelnemers kregen een korte leespauze om het korte verhaal van Manon Uphoff te lezen, getiteld ‘Poep’. (Gelukkig had de lunch reeds plaatsgevonden ;-))Vervolgens gingen de deelnemers aan de slag met het maken van een digitale mindmap. Je kunt daarbij bij de concrete dingen beginnen, maar dat hoeft niet. Zo kun je ook bij het thema beginnen. Dat kan namelijk wat meer discussie uitlokken.

Workshop 3: Activerende werkvormen bij spreekvaardigheid, leesvaardigheid en schrijfvaardigheid – Antoine van Dinter

In de laatste ronde mocht ik zelf aan de bak. Alle links en filmpjes zijn te vinden in de onderstaande presentatie.

Ik ben meteen begonnen met een activerende werkvorm voor schijfvaardigheid. De deelnemers kregen eerst 2 minuten de tijd om antwoord te geven op de volgende 2 vragen:

1. Aan wat voor soort organisatie / bedrijf in Frankrijk kun je een brief sturen?

2. Wat kun je concreet vragen om te ontvangen.

Na deze 2 minuten moesten de deelnemers met elkaar overleggen en hun bevindingen delen via Linoit. Linoit is een online prikbord en het mooie van deze applicatie is dat je bij het maken van een prikbord ook een e-mail adres krijgt waarnaar men het bericht kan sturen. Geplaatste reacties zijn direct zichtbaar.

Van de input van leerlingen maak ik briefopdrachten waaraan ze 2 lessen werken. Het is belangrijk dat iedere leerling een rol krijgt. Na deze 2 lessen worden de brieven in de klas nagelopen op fouten, waarna ze van een handtekening worden voorzien en worden opgestuurd naar Frankrijk. De eerste pakketjes die leerlingen hebben ontvangen zijn reeds binnen. Om groepjes te maken, maak ik overigens gebruik van de digitale fruitmachine, waarin je trouwens ook lijsten kunt plakken.

Daarna kwam aan bod hoe je een tekst kunt gebruiken als basis voor een schrijfopdracht. De deelnemers kregen een korte pauze om het korte verhaal ‘Remords’ te lezen, waarvan het einde ontbrak. Normaal laat ik dit verhaal afschrijven in 1 pagina en laat ik een drietal leerlingen hun verhaal voorlezen. Deze opdracht heb ik overigens niet zelf bedacht, maar komt van mijn oud-docent de heer Paul Busser. Elke keer is het weer een succes. Het werkt goed om te beginnen met de receptieve vaardigheden en om te eindigen met de productieve vaardigheden. Dit keer heb ik laten zien dat het ook kan door gebruik te maken van TodaysMeet, waarbij je in 140 tekens (net zoveel als in een tweet) een boodschap kunt achterlaten. Het mooie is dat je geen account nodig hebt en dat je meteen kunt beginnen.

Een soortgelijke opdracht kun je ook doen met een court-métrage. Zo heb ik ‘Les Crayons’ laten zien en aan enkele deelnemers gevraagd hoe zij denken dat het verhaal afloopt. Het werkelijke einde ziet er toch wel heel anders uit 😉

Ook spreekvaardigheid kwam aan bod. Het probleem daarbij is, is dat er vaak geen noodzaak is om met elkaar te communiceren. Je kunt dit oplossen door een ‘information gap’ te creëren. Op deze manier zorg je ervoor dat elke leerling over andere informatie beschikt dan de andere leerling en deze informatie dienen ze te achterhalen. Een goede voorbereiding is bij spreekvaardigheid erg belangrijk. Zo begin je ook hier met receptief taalgebruik, bijvoorbeeld het aanbrengen of herhalen van vocabulaire, en eindig je met productief taalgebruik, in dit geval dus spreekvaardigheid. Ook kun je leerlingen virtueel laten shoppen op http://www.shopaffairs.com en ze voor 200 euro 8 verschillende kledingstukken in hun mandje laten leggen, waarbij ze een tabel moeten maken met in de eerste kolom een afbeelding van het kledingstuk, in de tweede kolom de kleur en in de laatste kolom de prijs. Leerlingen gaan bij elkaar nu informeren wat ze gekocht hebben. Een andere vorm is een ganzenbordspel, waarbij leerlingen beoordelen of hun klasgenoten aan de opdracht hebben voldaan en verder mogen of niet.

Een aardig filmpje om te kijken hoe groot het werkgeheugen van leerlingen is veroorzaakte heel wat hilariteit. Als u wilt weten waarom, dan kunt u het hieronder bekijken.

Tenslotte kwam leesvaardigheid aan bod, waarbij is gebruik maak van het model van de volledige instructie. Om leerlingen actiever bij de les te betrekken kun je gebruik maken van Socrative, een gratis tool bij groepen tot 50 leerlingen. Je kunt vantevoren je vragen klaarzetten en wanneer de site klaarstaat kunnen deelnemers zich aanmelden door het kamernummer en hun naam in te vullen. Sinds kort is het ook mogelijk om aan het einde een overzicht te krijgen van de resultaten. Wat verder mooi is aan Socrative is dat je een spacerace kunt houden, waarbij meerdere teams tegen elkaar spelen. Op deze manier voeg je een competitie-element toe. Tenslotte heb ik het nog gehad om leerlingen te laten werken met teksten waarvan de titels ontbreken. Iedere leerling leest één alinea en schrijft erbij waar deze over gaat. Vervolgens zitten ze in groepjes van 4 en krijgen ze een enveloppe en moeten ze bepalen welk kopje bij welke alinea hoort.

Het was al met al weer een geslaagde dag en het is ook altijd leuk om een aantal collega’s weer eens te ontmoeten.

BoekTweePuntNul app nu beschikbaar voor de iPad

Voor degenen die nog niet bekend zijn met boek2punt0: BoekTweePuntNul is een boek waarin  lezers,  kort maar helder, geïnformeerd worden over 125 Social Media- en web 2.0-applicaties en andere praktische webtools. De uitgave is tot stand gekomen op basis van co-creatie en crowdsourcing:  maar liefst 200 expert-auteurs werkten aan BoekTweePuntNul mee.

Nu is er een app beschikbaar voor de iPad waar u al deze toepassingen kunt terugvinden. Het mooie van de app is dat alle links aanklikbaar zijn. Het boek kunt u aanschaffen voor € 24,99 en de app heeft u al in uw bezit voor slechts € 8,99 in de appstore. De app wordt binnenkort uitgebreid met extra nieuwe hoofdstukken. Ik heb zelf ook een bijdrage geleverd aan de nieuwe versie, namelijk voor het programma eXelearning. Het mooie van boektweepuntnul is dat het de kracht van de crowd laat zien. Verder heeft boektweepuntnul ook een Symabloo-pagina waarop alle toepassingen te vinden zijn.

Verslag Kenniscarrousel Breda

Afgelopen woensdag ben ik naar het eLab van Innofun in Breda geweest om deel te nemen aan het kenniscarrousel. Het kenniscarrousel wordt georganiseerd door Lente in het Onderwijs en heeft als doel om insprirerende onderwijsverhalen te verspreiden onder docenten. Het mooie van het carrousel is dat het is gemaakt voor docenten door docenten, m.a.w. er worden geen verkooppraatjes gehouden. Op de website van Lente in het Onderwijs staat een kort verslag van deze avond. Het mooie was overigens ook om mensen die je vaak alleen maar via Twitter kent nu ook eens in levende lijve te ontmoeten. Eén weblog wil ik er overigens nog even uitlichten en dat is het weblog van Erwin Klaasse (@Sjaboepaan), zonderaccount. Op dit weblog toont hij ons tools die elke docent kan gebruiken, zonder dat hij/zij zich hoeft te registeren. De registratie van een toepassing is vaak weer een belemmering en die wordt op deze manier weggenomen. Een mooi initiatief dus!

Online tekstverklaren met Anymeeting

In dit bericht wil ik het hebben over mijn ervaringen met het online oefenen van tekstverklaren met leerlingen van havo 5. Misschien is het verstandig om eerst maar eens te beginnen met de reden waarom ik deze online sessie heb georganiseerd. Bij ons op school hadden we in de vierde periode een gelabeld KWT-uur, dat alleen gebruikt werd voor tekstverklaren. Enkele leerlingen kwamen naar me toe met de mededeling dat ze zich niet konden inschrijven omdat ze op dat moment les hadden. Ik dacht toen: daar moet iets op te verzinnen zijn. Het leek me een aardig idee om een online sessie tekstverklaren te organiseren. Ik moest vervolgens op zoek naar een geschikte tool. Dankzij een bericht op het weblog van Jelmer Ervers (@jelmerevers) over het organiseren van een vragenuurtje voor zijn eindexamenleerlingen kwam ik uit bij Anymeeting. In totaal hebben 5 leerlingen deelgenomen aan de eerste sessie. Dank aan: Koen, Max, Kaël, Valérie en Marita.

Anymeeting is een tool waarmee je webinars kunt organiseren. De gratis versie staat 200 deelnemers toe en er zitten advertenties is. Het mooie van Anymeeting is dat je alles van tevoren kunt klaarzetten. Je kunt inloggen bij Anymeeting met je Gmail-account. Een aantal mooie mogelijkheden die je in Anymeeting vindt zijn de volgende:

1) Er is een chat-functie aanwezig.
2) Deelnemers kunnen hun microfoon en webcam gebruiken.
3) Je kunt een scherm of applicatie delen.
4) Ook deelnemers kunnen een scherm of applicatie delen.
5) Je kunt polls toevoegen. Het mooie is dat je deze van tevoren kunt klaarzetten.

De voorbereiding:

Het is belangrijk om eerst alles te testen. Om de applicatie te testen heb ik gebruik gemaakt van Twitter en de hashtag #durftevragen. Twee mensen hebben Anymeeting met mij getest (dank aan @dinelecoeur, @devlies en @ietjesmid) Het is maar goed dat ik het testte, want ik liep al meteen tegen een groot probleem aan. Ik kreeg een Java-foutmelding en kon daarom een belangrijk functie (het delen van mijn beeldscherm) niet gebruiken. Ik heb vervolgens een oproep geplaatst op Twitter, maar uiteindelijk heb ik het antwoord via Google gevonden: de cache moest even worden geleegd. Na dat gedaan te hebben werkte alles perfect.

Naast Anymeeting heb ik een aantal andere online tools ingezet voor het webinar tekstverklaren, namelijk: corkboard en een online countdowntimer. Corkboard is een online prikbord en de countdowntimer leert de leerlingen ook om de vraag binnen een bepaalde tijd te maken, een belangrijke vaardigheid bij een eindexamen. Ook heb ik gebruik gemaakt van Google Docs om te laten zien wat de leerlingen moesten doen. Omdat Anymeeting al een poll-mogelijkheid heeft heb ik geen gebruik gemaakt van Socrative.

Mijn ervaringen:

– Het is aardig om tekstverklaren eens op een andere manier te oefenen.
– Ik geef de voorkeur aan directere interactie met microfoon boven chat. Dat chatten was voor mij wel even wennen.
– Een goede voorbereiding is erg belangrijk.
– In de toekomst wil ik ook gebruik maken van de mogelijkheid om leerlingen hun scherm te laten delen.
– Ik ben nog op zoek naar andere interessante online tools die ik zou kunnen bij het online tekstverklaren. Als u nog interessante tools kunt, wilt u dan hieronder een reactie achter laten.
– Ik heb nog geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de sessie op te nemen.

Ik laat de leerlingen nog een korte vragenlijst invullen en ik kom nog terug op de resultaten.

Verslag Good Practice Day Talen Leiden

Gisteren heb ik de Good Practice Day in Leiden bezocht. Het is eigenlijk altijd wel een geslaagde dag omdat het gaat om workshops van docenten voor docenten. De workshops hebben altijd een heel praktisch karakter en wat je leert kun je direct toepassen in je lessenpraktijk.

De dag begon met een lezing van Pieter Steinz en hij had als titel “Macbeth heeft echt geleefd”. De lezing had als thema intercontextualiteit. Ik weet nu in ieder geval waar de naam James Bond vandaan komt. James Bond is vernoemd naar een Amerikaanse ornitholoog met dezelfde naam, een expert op het gebied van Caribische vogels. Fleming was op zoek naar een onopvallende naam voor zijn hoofdpersoon en na het lezen van Bond’s veldgids Birds of the West Indies (Vogels van West Indië) besloot hij dat James Bond een uitstekende keuze was. Pieter Steinz neemt overigens afscheid als chef boeken van de NRC.

Workshopronde 1: Seconde Vie

Gpd 2012 seconde_vie

View more presentations from antoinevandinter.De verschillende onderdelen bij Seconde Vie kunt u hier downloaden:- Leerlingendossier Seconde Vie
Seconde Vie: digitale versie
Ganzenbord Seconde VieIk heb voor Seconde Vie ook nog materiaal ontwikkeld dat ik in de les gebruik. Wanneer u dat wil ontvangen, neem dan even persoonlijk contact met me op.Na de lezing begaf ik me naar de zaal waar ik zelf een workshop mocht verzorgen met als titel: “Seconde Vie”. Hoe kun je je leerlingen laten praten door een andere identiteit te laten aannemen. Eerst was er een introductieronde waarin iedereen zichzelf kort voorstelde en vertelde hoe hij/zij spreekvaardigheid aanpakt in de lessen. De deelnemers kwamen zelf met een aantal leuke ideeën, zoals: post-its op de rug van een leerling plakken en het object dat daar op staat laten raden aan de hand van een beschrijving, spreekkaartjes gebruiken met spreekopdrachten (wat neem je mee naar een onbewoond eiland), een filmster kiezen en die beschrijven, vertellen wat je lesrooster is, een plattegrond maken van een kamer en deze beschrijven, presentaties, naar een vreemde stad gaan en daar interviews houden in het Frans, toneelstukjes, een Franse gast uitnodigen en de leerlingen vragen laten stellen (wel een les eerder laten voorbereiden), leerlingen een gatentekst laten maken bij een Frans chanson. Ook Anja Kock was bij de workshop aanwezig en ik wil u graag wijzen op haar website, met een heleboel oefeningen.

Vaak blijft het spreken bij het gebruiken van oefeningen uit de methode die eigenlijk niet communicatief zijn. De ene leerling weet namelijk al wat de andere leerling gaat zeggen en hoeft daarom niet te luisteren naar de andere leerling. Je kunt een oefening uit de methode eenvoudig communicatiever maken door te zorgen voor een ‘information gap’. Met een ‘information gap’  wordt bedoeld dat leerling A niet weet over welke informatie leerling B beschikt en omgekeerd. Door vragen te stellen kan deze kloof overbrugd worden. Een oefening in het boek kun je eenvoudig communicatiever maken door een aantal eenvoudige ingrepen:

1) Zorg voor 2 versies (A en B)
2) Zorg ervoor dat B moet reageren op wat A zegt en omgekeerd.

Een voorbeeld:

Om het spreken voor leerlingen leuker en minder eng te maken, kunt u ze een andere identiteit laten aannemen. Dit vraagt enige voorbereiding van de leerlingen en de eerste keer is het dan ook verstandig om dat onder uw begeleiding te doen in een computerlokaal of in de mediatheek.

Als theoretisch kader kun u de oefeningentypologie van Neuner gebruiken. Die bestaat uit 4 fasen:

  • Fase A: aanbieden van taalmiddelen (semantiseringsfase)
  • Fase B: inslijpen van taalmiddelen (consolideringsfase)
  • Fase C: gestuurde productie
  • Fase D: vrije productie

De 4 fasen lopen van receptief naar productief.

Zo maar in het wilde weg beginnen met spreekvaardigheid werkt niet en op een gegeven moment vallen de leerlingen stil.

Bij elk onderwerp moet u zich 2 vragen stellen:

1) Welke grammatica heeft een leerling voor dit onderdeel? (In plaats van de behandeling van de grammatica willekeurig aan bod te laten komen, komt hij aan bod als u hem nodig heeft om te communiceren.)

2) Wat heeft de leerling nodig aan vocabulaire?

In dit geval moet de leerling bij de grammatica weten hoe hij een vraagzin maakt. Voor het vocabulaire moet hij kunnen spellen en dit kunnen verstaan.

Het is dus de bedoeling dat de leerling thuis voorbereidt. Dat is cruciaal om er in de les succesvol mee te kunnen werken. Het advies is dus om dit de eerste keer samen te doen.

Het eerste wat je in de klas doet is de grammatica en het benodigde vocabulaire oefenen. Dit kan op allerlei manieren. Er zijn allerlei geschikte sites te vinden.

Vervolgens krijgen de leerlingen een leeg schema en moet elke leerling een vraag stellen. De andere leerlingen luisteren naar de vraag en noteren (evenals de vrager) het antwoord op hun antwoordblad. Dit zorgt ervoor dat alle leerlingen actief zijn. Na afloop controleer je of de leerlingen het goed hebben gedaan. Dit kan door de antwoorden te presenteren, maar dit kan ook door het aan leerlingen terug te vragen. Daarbij moeten ze dat wel doen in de 3e persoon enkelvoud, waardoor ze weer op een andere manier oefenen met spreekvaardigheid.

Na deze werkvorm is het aan de leerlingen om in tweetallen te oefenen. Wanneer leerlingen zelf aan de slag moeten is het handig om gebruik te maken van het model van de volledige instructie, zoals dat eerder op dit weblog is beschreven. Het toevoegen van een timer aan de pagina, zoals hier beschreven is aan te bevelen, om ervoor te zorgen dat leerlingen direct aan de slag gaan. Het oefenen van spreekvaardigheid kan met de werkvorm wandel-wissel uit, waarbij je de leerlingen door de klas laat lopen en op jouw teken een partner laat uitzoeken. Er is wederom sprake van een ‘information gap’ en de leerlingen noteren het antwoord op het blad. Aan het einde kun je dan aan een paar leerlingen vragen wie ze hebben ontmoet. Belangrijk is om in de fase geen leerlingen te corrigeren, omdat het juist de bedoeling is dat ze praten. Loop niet storend door de klas, noteer fouten die u hoort en kom hier aan het einde van de les op terug. Een aantal leestips vindt u terug in de bovenstaande powerpoint presentatie.

Workshopronde 2: ICT in de les Frans: praktische toepasbaarheid en educatieve waarde van Franstalig internet materiaal – Anouk van de Drift (Haarlemmermeer Lyceum, Hoofddorp)

In deze workshop wilde Anouk ons laten zien hoe je het internet kunt inzetten in de les, ook als je niet zo goed bent met computers. Anouk begon met ons een Youtube-filmpje te laten zien dat zij in de eerste klas gebruikt bij haar eerste les. De titel luidt: ‘Salut!’ Het mooie is dat leerlingen spontaan mee gaan zingen en het op die manier op een ludieke wijze leren. Dat heeft te maken met het feit dat ze al veel naar filmpjes kijken en ook met het ritme van het nummer.

Verder liet Anouk ons een aardig filmpje zien over bepaalde stereotypen van de Fransen, met als toepasselijke titel: Cliché. U vindt het filmpje hieronder.

Een aantal andere interessante sites die aan bod kwamen waren: flevideo, lyricsgaps, bfmtv, 1jour1actu, Jean Petit qui danse en le verbe aller.

Anouk heeft ons voorzien van een hele lijst met links en van een heleboel materiaal dat direct in de les kan worden ingezet.

Workshopronde 3: Photolecture vernieuwd – Frank Claessen (Sectiebestuurslid Frans van VLLT)

Frank is de bedenker van deze applicatie en heeft hem uitgewerkt met Chantal Weststrate en Heleen Jansen. Photolecture is een project voor A1, A2, B1 niveau en heeft als doel ‘iets’  te doen met Franse opschriften. Dat ‘iets’  kan zijn vocabulaireverwerving, maar ook het behandelen van een grammaticaal onderwerp. Er is een grote bak met foto’s (waaraan u overigens ook uw eigen foto’s kunt toevoegen) waaruit een selectie wordt gemaakt, die in een kleinere bak terecht komt en die selectie wordt vervolgens afgespeeld met een ‘viewer’  (= een gratis programma waarmee je de foto’s kunt bekijken). De ‘viewer’  die gebruikt wordt is ‘Irfanview’  die overigens ook gratis is te downloaden. Er zijn 3 kenmerken waarop je de foto’s kunt selecteren:

1. Onderwerp: bijvoorbeeld ‘Pays, region, villes, villages’, ‘Circulation/panneaux’ of een ander onderwerp. In totaal zijn er 36 onderwerpen.

2. Grammaticaal onderwerp: er zijn 16 verschillende grammaticale onderwerpen.

3. Op ERK niveau: A1, A2, B1, B2.

Bij de foto’s hoort ook een website. Die vindt u hier: http://www.photolecturelane.eu

Het was een zeer geslaagde studiedag en het was ook leuk om weer een aantal collega’s te spreken die ik al lang niet meer gesproken heb. Ook het uitwisselen van ideeën tijdens zo’n studiedag is altijd er nuttig. En natuurlijk het feit dat het docenten uit de praktijk van alledag zijn, die de workshops verzorgen. Zij weten het best waar docenten tegenaan lopen en hoe ze bepaalde zaken anders en slimmer aan kunnen pakken.

Verslag OMO-ICTO dag in Tilburg

Afgelopen donderdag vond in Tilburg de OMO-ICTO dag plaats op 2College in Tilburg. Dit was al weer de 5e keer dat deze dag werd georganiseerd. In het begin was de OMO-ICTO dag nog de dag van N@TSCHOOL gebruikers, maar in de afgelopen jaren is er veel gebeurd. Zo heeft OMO N@TSCHOOL als standaard voor OMO-scholen losgelaten en hebben andere ELO’s hun intrede gedaan. Ook andere zaken zoals digiborden, digitaal toetsen, web 2.0 etc. zijn terug te vinden op de OMO-ICTO dag. In de begindagen was deze dag alleen toegankelijk voor OMO-scholen, maar dit jaar stond hij ook open voor niet-OMO scholen en voor studenten aan de lerarenopleidingen. Voor Antonie van der Staak, één van de belangrijke kartrekkers van deze dag, was het de laatste keer was dat hij deze dag mee op poten zet, omdat hij gaat genieten van zijn FPU. Hieronder volgt een koprt verslag van de workshops die ik heb bezocht.

Workshop 1: Digitaal toetsen in 2015: Alard Bijlsma

De Rode Planeet is nog het best bekend van het programma Wintoets, waarmee u digitale, maar ook gewoon papieren toetsen kunt maken. Het klaslokaal zat afgeladen vol. In zijn workshop, sprak Alard over Quizplanet, waarmee docenten op laagdrempelige wijze zelf eenvoudige toetsen kunnen maken. Ook sprak Alard over RTTI. RTTI is een middel om scherp en transparant de vier te onderscheiden cognitieve niveaus van leren in kaart te brengen. RTTI maakt de leerprocessen van leerlingen inzichtelijk en werkt binnen de school als motor voor onderwijsonwikkeling. [Bron: http://rtti.nl/ ] Binnenkort krijgen we een studiemiddag over RTTI, dus dat lijkt me zeker nuttig in combinatie met Wintoets.

Ook liet Alard ons zien dat het mogelijk is om een PDF bestand in te bouwen in een Wintoets. Dit is ook zeker interessant voor de talen, denk bijvoorbeeld aan leesvaardigheid. Begin 2012 komt er een koppeling tussen Wintoets en de Quayn Portale. Resultaten, die voorheen alleen met de Analyse-tool van Wintoets kunnen worden bekeken, kunnen dan ook online worden bekeken. Ook aan de verdere integratie van Wintoets / Quayn staat op de rol. Het mooie hiervan is dat het platformonafhankelijk is. Het is nu al mogelijk om Wintoetsen die zijn geëxporteerd als SCORM pakketten te importeren in Magister en dat werkt goed. Alard gelooft dat toetsen op papier gewoon blijven bestaan naast digitale toetsen. Eveneens wees Alard ons op het gebruik van scrapkaarten om toetsen af te nemen en met behulp van een scanner snel te laten nakijken. In zijn bijeenkomst kwam verder het boektweepuntnul aan bod, een coproductie van 125 auteurs, waarin 125 social media toepassingen voorbij komen.

Workshop 2: Zoeken en arrangeren van digitaal lesmateriaal: Rudi Mur

Deze workshop werd verzorgd door Rudi Mur van Danaë, een organisatie die vernieuwingen in het onderwijs op scholen begeleidt. Rudi liet ons zien dat er naast Google nog andere bronnen zijn waar men (digitaal) lesmateriaal kan vinden. Zo noemde hij: Davindi en zoeken.nl het voordeel van zoeken.nl is dat je met behulp van meerder zoekmachines zoekt en dat je aan de rechterkant vervolgens op onderwerp kunt verder zoeken. Een handige tool die Rudi ons liet zien is socrative.com  waarmee je leerlingen kunt laten reageren om op deze manier de interactiviteit te verhogen. Verder was er aandacht voor een aantal auteurstools, waarmee docenten zelf digitaal lesmateriaal kunnen arrangeren, zoals: Lesbank, Wikiwijs, Smartbuilder, Ilias, Silverpoint (hoort bij N@TSCHOOL), Exelearning en Hot Potatoes.

Workshop 3: Didactiek en ICT: Ronald Moes

In deze workshop werd bekeken hoe je ervoor kunt zorgen dat ICT een meerwaarde heeft in het onderwijs. Vaak wordt de volgende volgorde gehanteerd: we hebben een digibord – Wat gaan we er nu mee doen? Het TPACK model gaat juist uit van het feit dat een goede leraar juist didactiek (P) en vakinhoud (C = Content) weet te combineren. Pas daarna moet je gaan kijken hoe de inzet van ICT een meerwaarde kan bieden. Meer informatie over het TPACK-model vind je hier.

Verder kwam in deze workshop de taxonomie van Bloom aan bod. Vaak komen in een les alleen maar de onderste treden aan bod van de piramide. Wanneer juist bovenaan wordt begonnen, worden leerlingen gedwongen om ook de onderliggende treden te beheersen. Een praktisch voorbeeld: Wanneer je leerlingen in groepjes aan een brief laat werken die ze naar Frankrijk sturen, komt het maken van zinnen aan bod (synthesis), maar moeten ze zich ook woorden / chunks herinneren die ze daarvoor nodig hebben (knowledge).

De dag werd afgesloten met een loterij en ik was de gelukkige winnaar van een iTunes bon. Andere Varendonck collega’s wisten ook de nodige prijzen in de wacht te slepen, waaronder een iPad2 en een laptop van Dell. Al met al was het een zeer geslaagde dag.