Categorie archief: luistervaardigheid

Verslag Good Practice Day Leiden 2013

Na een kleine vertraging uiteindelijk toch aangekomen in Leiden. Zo’n 250 docenten hebben zich aangemeld voor deze dag. Het mooie zelf vind ik dat het workshops zijn van docenten voor docenten.

Gerard Westhoff trapte af met zijn lezing: Leestraining voor een beter examenresultaat.

Zijn insteek is een leestraining voor vreemde talen. Het is volgens hem belangrijk om te komen tot een gezamenlijke aanpak. Westhoff constateert dat er in de bovenbouw nauwelijks progressie wordt geboekt in de leesvaardigheid. Hij vergelijkt het met het rijbewijs. Je kunt wel de theorie geleerd hebben, maar dat wil nog niet zeggen dat je de praktijk beheerst. 3 peilers onder goed CE-resultaat zijn:

1. Kennis

2. Strategische vaardigheden

3. Testwiseness

1. Kennis: lezen is voor 90% kennisafhankelijk. Goed lezen is gebaat bij tempo.

Kennisgebieden:

1. Woordenschat, inclusief contexten VWO eindexamen: woordenschat 6000 woorden: 30 woordjes per week.

2. Structuren en hun markeerders: op alle tekstniveaus. Dankzij / Ondanks hard werken is hij voor zijn examen getroft. Wat betekent in deze zin ‘getroft’. Dat kun je afleiden van het structuurwoord.

3. Kennis van de wereld: nieuws bekijken.

Leeractiviteiten: Woordenschat

1. Woordjesverzameling laten aanleggen (met contexten)

2. Kilometers maken (examenteksten niet geschikt): boekjes, kranten

3. Doeltaal-voertaal

Leeractiviteiten: Structuurmarkeerders

1. Bewustmaking/laten benoemen

2. Aanwezige structuurwoorden opzoeken.

3. Impliciete markeerders expliciet maken. (Knipteksten + verantwoordeing en bespreking)

Leeractiviteiten: Kennis van de wereld

1. Kranten/tijdschriften: http://www.kidon.com

2. De ‘oude’ media (radio/tv)

3. De ‘nieuwe’ media.

Strategische vaardigheden:

1. Relevantie

2. Hoofdgedachte (kop en chapeau)

3. Belangrijke elementen en hun verband (tussenkopjes/mindmap) Per alinea tussenkop laten maken met structuurwoord.

4. Intenties auteur (Wat wil/vindt/voelt hij) Lijstje maken van wat de schrijver wil.

N.B. Belangrijkste leeractiviteit: bewust maken/expliciteren

Geïntegreerde aanpakstrategie

1. Leesdoel bepalen.

2. ‘uitstekende delen’ bekijken: 1e voorspelling

3. Begin en eind alinea’s lezen: 2e voorspelliing

4. Hele tekst doorlezen: 3e voorspelling

5. Structuurwoorden markeren/ verbanden bepalen

6. Tussenkopjes (vraag) per alinea + structuurwoorden.

Testwiseness

1. Items doorzien (zelf items laten maken: geef alleen de tekst)

2. Je niet laten afleiden

– Eerst de vraag lezen

– Bedenk eigen antwoord

– Dan pas alternatieven lezen

– Dichtst bij het eigen antwoord

Gokkans vergroten:

1. Schrap foute alternatieven

2. Voor overblijvende alternatieven

– Geen tekstecho

– Langste alternatief

– loten

Samenvattend

1. KILOMETERS MAKEN

2. WOORDJES LEREN MET CONTEXT

3. Nieuws volgen

4. Structureren

5. Oefenen met leesstrategieën

6. Testwiseness

Workshop 1: Literatuur, film en vocabulaireverwerving – Marja van de Lagemaat

In deze workshop liet Marja van de Lagemaat ons zien hoe zij in 6 VWO leerlingen in aanraking brengt met Franse literatuur en hoe zij tegelijkertijd vocabulaire aanbrengt en schrijfvaardigheid en spreekvaardigheid oefent. Zij doet dit aan de hand van het boek ‘L’Adversaire’ van Emmanuel Carrère. Marja begint met het tonen van de foto van het boek om leerlingen te laten raden waarover het boek gaat. Het boek is gebaseerd op een waargebeurd verhaal, namelijk het verhaal van Jean-Claude Romand, die 18 jaar een dubbelleven heeft geleid en die zijn ouders, zijn vrouw en zijn kinderen om het leven brengt, enkel en alleen om te voorkomen dat zij zijn geheim ontdekken. Dit is zeker een boek dat ik wil gaan lezen. Er is ook een film gemaakt van het boek, die overigens op veel punten afwijkt.

Workshop 2: Breng je boek in kaart: Guusje Groenen en Marlies van Eunen

In deze workshop lieten Guusje en Marlies zien hoe je een mindmap kunt maken van een boek met behulp van MindMeister. Het mooie van Mindmeister is dat je een mindmap met iemand anders kunt delen en dat je ook kunt bekijken hoe de mindmap tot stand is gekomen met behulp van de ‘rewind-functie’. De literaire mindmap kan gebruikt worden als alternatief voor het leesdossier. Martijn Koek heeft hier over geschreven op taalunieversum. De deelnemers kregen een korte leespauze om het korte verhaal van Manon Uphoff te lezen, getiteld ‘Poep’. (Gelukkig had de lunch reeds plaatsgevonden ;-))Vervolgens gingen de deelnemers aan de slag met het maken van een digitale mindmap. Je kunt daarbij bij de concrete dingen beginnen, maar dat hoeft niet. Zo kun je ook bij het thema beginnen. Dat kan namelijk wat meer discussie uitlokken.

Workshop 3: Activerende werkvormen bij spreekvaardigheid, leesvaardigheid en schrijfvaardigheid – Antoine van Dinter

In de laatste ronde mocht ik zelf aan de bak. Alle links en filmpjes zijn te vinden in de onderstaande presentatie.

Ik ben meteen begonnen met een activerende werkvorm voor schijfvaardigheid. De deelnemers kregen eerst 2 minuten de tijd om antwoord te geven op de volgende 2 vragen:

1. Aan wat voor soort organisatie / bedrijf in Frankrijk kun je een brief sturen?

2. Wat kun je concreet vragen om te ontvangen.

Na deze 2 minuten moesten de deelnemers met elkaar overleggen en hun bevindingen delen via Linoit. Linoit is een online prikbord en het mooie van deze applicatie is dat je bij het maken van een prikbord ook een e-mail adres krijgt waarnaar men het bericht kan sturen. Geplaatste reacties zijn direct zichtbaar.

Van de input van leerlingen maak ik briefopdrachten waaraan ze 2 lessen werken. Het is belangrijk dat iedere leerling een rol krijgt. Na deze 2 lessen worden de brieven in de klas nagelopen op fouten, waarna ze van een handtekening worden voorzien en worden opgestuurd naar Frankrijk. De eerste pakketjes die leerlingen hebben ontvangen zijn reeds binnen. Om groepjes te maken, maak ik overigens gebruik van de digitale fruitmachine, waarin je trouwens ook lijsten kunt plakken.

Daarna kwam aan bod hoe je een tekst kunt gebruiken als basis voor een schrijfopdracht. De deelnemers kregen een korte pauze om het korte verhaal ‘Remords’ te lezen, waarvan het einde ontbrak. Normaal laat ik dit verhaal afschrijven in 1 pagina en laat ik een drietal leerlingen hun verhaal voorlezen. Deze opdracht heb ik overigens niet zelf bedacht, maar komt van mijn oud-docent de heer Paul Busser. Elke keer is het weer een succes. Het werkt goed om te beginnen met de receptieve vaardigheden en om te eindigen met de productieve vaardigheden. Dit keer heb ik laten zien dat het ook kan door gebruik te maken van TodaysMeet, waarbij je in 140 tekens (net zoveel als in een tweet) een boodschap kunt achterlaten. Het mooie is dat je geen account nodig hebt en dat je meteen kunt beginnen.

Een soortgelijke opdracht kun je ook doen met een court-métrage. Zo heb ik ‘Les Crayons’ laten zien en aan enkele deelnemers gevraagd hoe zij denken dat het verhaal afloopt. Het werkelijke einde ziet er toch wel heel anders uit 😉

Ook spreekvaardigheid kwam aan bod. Het probleem daarbij is, is dat er vaak geen noodzaak is om met elkaar te communiceren. Je kunt dit oplossen door een ‘information gap’ te creëren. Op deze manier zorg je ervoor dat elke leerling over andere informatie beschikt dan de andere leerling en deze informatie dienen ze te achterhalen. Een goede voorbereiding is bij spreekvaardigheid erg belangrijk. Zo begin je ook hier met receptief taalgebruik, bijvoorbeeld het aanbrengen of herhalen van vocabulaire, en eindig je met productief taalgebruik, in dit geval dus spreekvaardigheid. Ook kun je leerlingen virtueel laten shoppen op http://www.shopaffairs.com en ze voor 200 euro 8 verschillende kledingstukken in hun mandje laten leggen, waarbij ze een tabel moeten maken met in de eerste kolom een afbeelding van het kledingstuk, in de tweede kolom de kleur en in de laatste kolom de prijs. Leerlingen gaan bij elkaar nu informeren wat ze gekocht hebben. Een andere vorm is een ganzenbordspel, waarbij leerlingen beoordelen of hun klasgenoten aan de opdracht hebben voldaan en verder mogen of niet.

Een aardig filmpje om te kijken hoe groot het werkgeheugen van leerlingen is veroorzaakte heel wat hilariteit. Als u wilt weten waarom, dan kunt u het hieronder bekijken.

Tenslotte kwam leesvaardigheid aan bod, waarbij is gebruik maak van het model van de volledige instructie. Om leerlingen actiever bij de les te betrekken kun je gebruik maken van Socrative, een gratis tool bij groepen tot 50 leerlingen. Je kunt vantevoren je vragen klaarzetten en wanneer de site klaarstaat kunnen deelnemers zich aanmelden door het kamernummer en hun naam in te vullen. Sinds kort is het ook mogelijk om aan het einde een overzicht te krijgen van de resultaten. Wat verder mooi is aan Socrative is dat je een spacerace kunt houden, waarbij meerdere teams tegen elkaar spelen. Op deze manier voeg je een competitie-element toe. Tenslotte heb ik het nog gehad om leerlingen te laten werken met teksten waarvan de titels ontbreken. Iedere leerling leest één alinea en schrijft erbij waar deze over gaat. Vervolgens zitten ze in groepjes van 4 en krijgen ze een enveloppe en moeten ze bepalen welk kopje bij welke alinea hoort.

Het was al met al weer een geslaagde dag en het is ook altijd leuk om een aantal collega’s weer eens te ontmoeten.

Advertenties

Verslag Good Practice Day Talen Leiden

Gisteren heb ik de Good Practice Day in Leiden bezocht. Het is eigenlijk altijd wel een geslaagde dag omdat het gaat om workshops van docenten voor docenten. De workshops hebben altijd een heel praktisch karakter en wat je leert kun je direct toepassen in je lessenpraktijk.

De dag begon met een lezing van Pieter Steinz en hij had als titel “Macbeth heeft echt geleefd”. De lezing had als thema intercontextualiteit. Ik weet nu in ieder geval waar de naam James Bond vandaan komt. James Bond is vernoemd naar een Amerikaanse ornitholoog met dezelfde naam, een expert op het gebied van Caribische vogels. Fleming was op zoek naar een onopvallende naam voor zijn hoofdpersoon en na het lezen van Bond’s veldgids Birds of the West Indies (Vogels van West Indië) besloot hij dat James Bond een uitstekende keuze was. Pieter Steinz neemt overigens afscheid als chef boeken van de NRC.

Workshopronde 1: Seconde Vie

Gpd 2012 seconde_vie

View more presentations from antoinevandinter.De verschillende onderdelen bij Seconde Vie kunt u hier downloaden:- Leerlingendossier Seconde Vie
Seconde Vie: digitale versie
Ganzenbord Seconde VieIk heb voor Seconde Vie ook nog materiaal ontwikkeld dat ik in de les gebruik. Wanneer u dat wil ontvangen, neem dan even persoonlijk contact met me op.Na de lezing begaf ik me naar de zaal waar ik zelf een workshop mocht verzorgen met als titel: “Seconde Vie”. Hoe kun je je leerlingen laten praten door een andere identiteit te laten aannemen. Eerst was er een introductieronde waarin iedereen zichzelf kort voorstelde en vertelde hoe hij/zij spreekvaardigheid aanpakt in de lessen. De deelnemers kwamen zelf met een aantal leuke ideeën, zoals: post-its op de rug van een leerling plakken en het object dat daar op staat laten raden aan de hand van een beschrijving, spreekkaartjes gebruiken met spreekopdrachten (wat neem je mee naar een onbewoond eiland), een filmster kiezen en die beschrijven, vertellen wat je lesrooster is, een plattegrond maken van een kamer en deze beschrijven, presentaties, naar een vreemde stad gaan en daar interviews houden in het Frans, toneelstukjes, een Franse gast uitnodigen en de leerlingen vragen laten stellen (wel een les eerder laten voorbereiden), leerlingen een gatentekst laten maken bij een Frans chanson. Ook Anja Kock was bij de workshop aanwezig en ik wil u graag wijzen op haar website, met een heleboel oefeningen.

Vaak blijft het spreken bij het gebruiken van oefeningen uit de methode die eigenlijk niet communicatief zijn. De ene leerling weet namelijk al wat de andere leerling gaat zeggen en hoeft daarom niet te luisteren naar de andere leerling. Je kunt een oefening uit de methode eenvoudig communicatiever maken door te zorgen voor een ‘information gap’. Met een ‘information gap’  wordt bedoeld dat leerling A niet weet over welke informatie leerling B beschikt en omgekeerd. Door vragen te stellen kan deze kloof overbrugd worden. Een oefening in het boek kun je eenvoudig communicatiever maken door een aantal eenvoudige ingrepen:

1) Zorg voor 2 versies (A en B)
2) Zorg ervoor dat B moet reageren op wat A zegt en omgekeerd.

Een voorbeeld:

Om het spreken voor leerlingen leuker en minder eng te maken, kunt u ze een andere identiteit laten aannemen. Dit vraagt enige voorbereiding van de leerlingen en de eerste keer is het dan ook verstandig om dat onder uw begeleiding te doen in een computerlokaal of in de mediatheek.

Als theoretisch kader kun u de oefeningentypologie van Neuner gebruiken. Die bestaat uit 4 fasen:

  • Fase A: aanbieden van taalmiddelen (semantiseringsfase)
  • Fase B: inslijpen van taalmiddelen (consolideringsfase)
  • Fase C: gestuurde productie
  • Fase D: vrije productie

De 4 fasen lopen van receptief naar productief.

Zo maar in het wilde weg beginnen met spreekvaardigheid werkt niet en op een gegeven moment vallen de leerlingen stil.

Bij elk onderwerp moet u zich 2 vragen stellen:

1) Welke grammatica heeft een leerling voor dit onderdeel? (In plaats van de behandeling van de grammatica willekeurig aan bod te laten komen, komt hij aan bod als u hem nodig heeft om te communiceren.)

2) Wat heeft de leerling nodig aan vocabulaire?

In dit geval moet de leerling bij de grammatica weten hoe hij een vraagzin maakt. Voor het vocabulaire moet hij kunnen spellen en dit kunnen verstaan.

Het is dus de bedoeling dat de leerling thuis voorbereidt. Dat is cruciaal om er in de les succesvol mee te kunnen werken. Het advies is dus om dit de eerste keer samen te doen.

Het eerste wat je in de klas doet is de grammatica en het benodigde vocabulaire oefenen. Dit kan op allerlei manieren. Er zijn allerlei geschikte sites te vinden.

Vervolgens krijgen de leerlingen een leeg schema en moet elke leerling een vraag stellen. De andere leerlingen luisteren naar de vraag en noteren (evenals de vrager) het antwoord op hun antwoordblad. Dit zorgt ervoor dat alle leerlingen actief zijn. Na afloop controleer je of de leerlingen het goed hebben gedaan. Dit kan door de antwoorden te presenteren, maar dit kan ook door het aan leerlingen terug te vragen. Daarbij moeten ze dat wel doen in de 3e persoon enkelvoud, waardoor ze weer op een andere manier oefenen met spreekvaardigheid.

Na deze werkvorm is het aan de leerlingen om in tweetallen te oefenen. Wanneer leerlingen zelf aan de slag moeten is het handig om gebruik te maken van het model van de volledige instructie, zoals dat eerder op dit weblog is beschreven. Het toevoegen van een timer aan de pagina, zoals hier beschreven is aan te bevelen, om ervoor te zorgen dat leerlingen direct aan de slag gaan. Het oefenen van spreekvaardigheid kan met de werkvorm wandel-wissel uit, waarbij je de leerlingen door de klas laat lopen en op jouw teken een partner laat uitzoeken. Er is wederom sprake van een ‘information gap’ en de leerlingen noteren het antwoord op het blad. Aan het einde kun je dan aan een paar leerlingen vragen wie ze hebben ontmoet. Belangrijk is om in de fase geen leerlingen te corrigeren, omdat het juist de bedoeling is dat ze praten. Loop niet storend door de klas, noteer fouten die u hoort en kom hier aan het einde van de les op terug. Een aantal leestips vindt u terug in de bovenstaande powerpoint presentatie.

Workshopronde 2: ICT in de les Frans: praktische toepasbaarheid en educatieve waarde van Franstalig internet materiaal – Anouk van de Drift (Haarlemmermeer Lyceum, Hoofddorp)

In deze workshop wilde Anouk ons laten zien hoe je het internet kunt inzetten in de les, ook als je niet zo goed bent met computers. Anouk begon met ons een Youtube-filmpje te laten zien dat zij in de eerste klas gebruikt bij haar eerste les. De titel luidt: ‘Salut!’ Het mooie is dat leerlingen spontaan mee gaan zingen en het op die manier op een ludieke wijze leren. Dat heeft te maken met het feit dat ze al veel naar filmpjes kijken en ook met het ritme van het nummer.

Verder liet Anouk ons een aardig filmpje zien over bepaalde stereotypen van de Fransen, met als toepasselijke titel: Cliché. U vindt het filmpje hieronder.

Een aantal andere interessante sites die aan bod kwamen waren: flevideo, lyricsgaps, bfmtv, 1jour1actu, Jean Petit qui danse en le verbe aller.

Anouk heeft ons voorzien van een hele lijst met links en van een heleboel materiaal dat direct in de les kan worden ingezet.

Workshopronde 3: Photolecture vernieuwd – Frank Claessen (Sectiebestuurslid Frans van VLLT)

Frank is de bedenker van deze applicatie en heeft hem uitgewerkt met Chantal Weststrate en Heleen Jansen. Photolecture is een project voor A1, A2, B1 niveau en heeft als doel ‘iets’  te doen met Franse opschriften. Dat ‘iets’  kan zijn vocabulaireverwerving, maar ook het behandelen van een grammaticaal onderwerp. Er is een grote bak met foto’s (waaraan u overigens ook uw eigen foto’s kunt toevoegen) waaruit een selectie wordt gemaakt, die in een kleinere bak terecht komt en die selectie wordt vervolgens afgespeeld met een ‘viewer’  (= een gratis programma waarmee je de foto’s kunt bekijken). De ‘viewer’  die gebruikt wordt is ‘Irfanview’  die overigens ook gratis is te downloaden. Er zijn 3 kenmerken waarop je de foto’s kunt selecteren:

1. Onderwerp: bijvoorbeeld ‘Pays, region, villes, villages’, ‘Circulation/panneaux’ of een ander onderwerp. In totaal zijn er 36 onderwerpen.

2. Grammaticaal onderwerp: er zijn 16 verschillende grammaticale onderwerpen.

3. Op ERK niveau: A1, A2, B1, B2.

Bij de foto’s hoort ook een website. Die vindt u hier: http://www.photolecturelane.eu

Het was een zeer geslaagde studiedag en het was ook leuk om weer een aantal collega’s te spreken die ik al lang niet meer gesproken heb. Ook het uitwisselen van ideeën tijdens zo’n studiedag is altijd er nuttig. En natuurlijk het feit dat het docenten uit de praktijk van alledag zijn, die de workshops verzorgen. Zij weten het best waar docenten tegenaan lopen en hoe ze bepaalde zaken anders en slimmer aan kunnen pakken.

Verslag Landelijke Studiedag Levende Talen

Afgelopen vrijdag ben ik naar de Landelijke Studiedag van Levende Talen in Utrecht geweest. Met zo’n 500 deelnemers was het een zeer goed bezochte dag. Na een inleiding door Erwin de Vries en Toon van de Ven, was het woord aan Joost Zwagerman. Hij liet ons zien dat je verhalen moet vertellen met behulp van verhalen. Begin vooral niet met het noemen van de schrijver, of het werk, maar vertel er een interessant verhaal omheen en maak leerlingen nieuwsgierig. Verder vertelde hij ons dat de kracht zit in het korte verhaal. Dat zou meer in het onderwijs moeten worden gebruikt. Na de voordracht van Joost Zwagerman trokken de belangstellenden naar de verschillende workshops. Ik zal een kort verslag geven van de workshops die ik heb bezocht.

Workshop 1: Doeltaal is voertaal

Vanwege de grote belangstelling werd de groep in twee groepen verdeeld. De workshop werd verzorgd door Johan Keijzer. Eerst werd aan de aanwezigen gevraagd of zij zelf de doeltaal in de les gebruikten. Iedereen heeft na de vakantie wel goede voornemens, maar na verloop van tijd zakt het toch weer een beetje in. Johan gaf een aantal praktische tips mee, zoals: zet een tijd bij het doeltaalgebruik (bijvoorbeeld de eerste 10 minuten gebruik ik de doeltaal), zorg dat het niveau van de taal iets boven het niveau van de leerlingen ligt (N+1), maak korte zinnen, verlaag het spreektempo, gebruik lichaamstaal, eenvoudige woorden en maak gebruik van redundantie. Help de leerlingen door kernwoorden op het bord te zetten, maak gebruik van chunks (bijvoorbeeld: Je voudrais om iets beleefd te vragen) en check ook of de leerlingen het begrepen hebben. Ook maakt Johan bij het aanpakken van spreekvaardigheid gebruik van het model van de volledige instructie, zoals ik dat eerder heb beschreven. Probeer ook altijd zoveel mogelijk aan te sluiten bij de belevingswereld van de leerlingen. Een leuke opdracht was om aan de leerlingen te vragen om hun mobiel erbij te pakken en om de laatste 3 SMS-berichten of ping-berichten te beschrijven in de doeltaal. Verder kwam in deze workshop de doeltaal = voertaal ladder aan bod die ontwikkeld is door Erik Kwakernaak en door enkele studenten. Er zijn een aantal fasen te onderscheiden:

1. Klassikale fasen
2. Zelfwerkzaamheidsfasen
3. Voor en na de eigenlijke les in het lokaal
4. Buiten het lokaal

Ik vond de optie wel interessant om ook bijvoorbeeld de vakgroepvergadering (gedeeltelijk) in het Frans te doen.

Workshop 2: Gespreksvaardigheid MVT met grote groepen

Deze workshop werd verzorgd door Mariëtte Zuijdgeest en Carel van der Burg. Bij Carel heb ik al eens een workshop bijgewoond over het oefenen van eindexamenteksten en ook deze workshop was weer zeer geslaagd. Aan het begin van de workshop werden er verschillende teams geformeerd. De docenten die dezelfde taal spraken werden bij elkaar gezet. De docenten kregen ieder een kaartje waarop vermeld moest worden: je naam, waarom je MVT-docent bent geworden, wat je nog wilt leren en wat je het liefst doet in je vrije tijd. Om beurten moest iedereen zich voorstellen. De andere groepsleden, moesten aantekening maken. Op deze manier is iedereen actief. De activerende didactiek staat goed beschreven in het ‘Basisboek Activerende didactiek en samenwerkend leren‘.

Andere werkvormen die aan bod kwamen waren het overhoren van woordjes (elke leerling schrijft 7 woordjes op en overhoort 3 andere leerlingen en zet een kruisje bij goed of fout.) Een laatste opdracht die aan bod kwam was rug aan rug. Een aantal docenten kreeg een tekening van een huis en de andere leerlingen moesten het huis natekenen. Ook leuk trouwens om bij personen te doen. Een laatste vorm die wel goed werkt is: Wandel, wissel uit. Daarbij krijgen de leerlingen een opdracht. Vervolgens lopen de leerlingen door het lokaal en op het teken van de docent zoeken de leerlingen een maatje en voeren ze de opdracht uit. Daarna eventueel de stappen herhalen. Ik vond het een zeer geslaagde workshop.

Workshop 3: (Technische) leesproblemen in het Frans

Dit was de laatste workshop op het programma en hij werd verzorgd door Ans van Berkel, expert op het gebied van dyslexie. In deze workshop ging Ans van Berkel in op twee toetsen die worden gebruikt om de technische leesvaardigheid van Frans en Engels te toetsen. Na onderzoek is gebleken dat deze testen niet goed zijn. Ans ontwikkelde een toets die gebaseerd is op leenwoorden (zoals garage, croissant, etc.) die de technische leesvaardigheid beter kan checken. Wanneer u geïnteresseerd bent in het gebruik van deze toets, dan kunt u deze downloaden op de site van Ans: http://www.dyslexie-en-vt.org/index.php/frans U wordt vriendelijk verzocht om de resultaten van de toets terug te koppelen naar Ans. In de workshop werd eveneens aandacht geschonken aan http://www.lextutor.ca/  een handige website waar u frequentielijsten kunt vinden van het Frans: http://www.lextutor.ca/freq/lists_download/. Tevens kunt u bekijken uit wat voor soort woorden een tekst is opgebouwd: http://www.lextutor.ca/freq/lists_download/

Ik wil uit de workshop nog een aantal zaken uitlichten:

1) Een handige uitspraakregel: De laatste medeklinker spreek je uit, als de letter e het woord besluit.

2) Voor het leren spellen in het Frans heeft Ans een serie Opstapboeken ontwikkeld, die u hier kunt bestellen.

3) Ans wees ons tijdens de workshop op het feit dat tijdens een mondelinge overhoring vaak getoetst wordt op de schriftelijk. Dit is inderdaad iets om op te letten. Ze wees op http://www.wrts.nl  waarbij er ook de mogelijkheid is om de luistervaardigheid te trainen. Kies bij ‘Overhoren’ – ‘Spelling’ . Ga nu naar beneden en kies ‘De vraag niet laten zien (luistertoets)’. Op deze manier moet een leerling verstaan wat er wordt gezegd. Een handige tip!

Al met al was het een zeer geslaagde dag en het is ook altijd leuk om weer eens een aantal collega’s te ontmoeten.

 

Verslag Ideeëndag Frans in Eindhoven

Afgelopen zaterdag heeft de Ideeëndag Frans plaatsgevonden in Eindhoven op het Christiaan Huygens College, locatie Olympia. De didactiekommissie wil zich in verschillende plaatsen in Nederland laten zien en dit maal was het Zuiden aan de beurt. Het aantal deelnemers was overweldigend, wat maar weer laat zien dat er echt behoefte is aan praktische workshops. Er was gerekend op zo’n 30 deelnemers, maar uiteindelijk bleek het het dubbele aantal te zijn, waardoor er een beetje moest worden geschoven met de workshops. Hieronder volgt een kort verslag van de verschillende workshops:

Workshop 1: Hoe maak je een webquest, door Claudia Gasbarre

In deze workshop kwam het maken van een webquest aan bod waarbij werd ingegaan op een aantal zaken waaraan een webquest moet voldoen. De webquest is oorspronkelijk afkomstig van Bernie Dodge en hij beseert zich daarbij op de leertheoriën van Marzano. Iedere webquest bestaat uit 7 onderdelen die elkaar in een vaste indeling en volgorde opvolgen. Meer informatie over deze 7 onderdelen vindt u hier.

Workshop 2: Hoe gebruik ik het  smartbord, door Martin de Fockert en Paul Baaijens

In deze workshop kwam het gebruik van het digibord aan bod. Martin de Fockert ( op Twitter bekend onder de naam @MdeFockert) begon met een algemene inleiding. Martin werd bijgestaan door Paul Baaijens (@PaulBaaijens), eveneens smartbord trainer. Martin liet ons zien dat het digibord vaak massaal de school wordt ingereden en dat de docenten het daarna maar moeten uitzoeken. Digiborden worden vaak op de oude manier (dus als een oud krijtbord) gebruikt en dat is zonde. Na zijn korte inleiding nam Paul Baaijens het over. Hij liet ons zien hoe je het digibord voor de verschillende vaardigheden kunt inzetten: voor leesvaardigheid (je kunt de tekst op het digibord markeren), voor luistervaardigheid (op YouTube is ontzettend veel te vinden), voor spreekvaardigheid (met behulp van een plaatje kun je spreekvaardigheid oefenen, maar ook voor grammatica. Bekijk bijvoorbeeld het volgende lied over het werkwoord ‘aller’.

Le Verbe Aller

Ook het filmpje van het Croix Rouge was hilarisch.

Croix-Rouge : journ̩es nationales 2003/2004 РA. Karembeu

Ook wees Paul ons op een site van een juf uit het basisonderwijs met tal van interessante links.

Naast de vaardigheden kan het digibord ook gebruikt worden voor verlengde instructie voor zwakkere leerlingen of voor een extra opdracht voor zeer goede leerlingen. Ook liet hij ons zien hoe je Parijs in de klas kunt halen met deze site. Je kunt een virtuele wandeling door Parijs maken en allerlei bekende bezienswaardigheden bekijken.

Ook liet Paul ons een paar tips zien voor het verbergen en onthullen van informatie. Dit kan op een viertal manieren:

1. Wissen (Ga met een witte kleur over wat je hebt geschreven heen en gum het daarna uit.)
2. Blok eroverheen (Lijkt me voor zich spreken)
3. Antwoord kleuren (Hierbij werk je met voor en achtergronden en zorg je ervoor dat de
letters die zichtbaar moeten zijn wit zijn en op de voorgrond staan.)
4. Schaduw scherm (Een scherm waarmee je informatie of een plaatje kunt verbergen.)

Dit zijn allemaal manieren om het voor de leerlingen interessanter te maken en om ze op deze manier bij de les te houden. Tenslotte nam Martin nog even het woord en daarbij kwam onder andere het boek ’21 Century Skills’ voorbij van Charles Fadel en Bernie Trilling voor iederen die zich wil verdiepen in deze materie. Goos Hofland wees de deelnemers ook nog op het boek ‘Handboek Digibord en Didactiek’ dat ik overigens zelf ook zeer kan aanbevelen.

Ik ben wel bekend met de meeste mogelijkheden van de digibordsoftware, maar ik heb toch weer een aantal interessante dingen gezien.

Workshop 3: Rien à déclarer, verzorgd door Heleen Jansen en Laura Fontijne

In deze workshop lieten Heleen Jansen en Laura Fontijne ons zien hoe je een film kunt didactiseren. Zij hebben daarbij gekozen voor de film ‘Rien à déclarer’ en zij wilden graag gebruik maken van een film die zowel voor  de onderbouw van het vmbo als voor havo en vwo geschikt is. Heleen liet ook duidelijk haar liefde blijken voor het vmbo en dat dit soort dingen daar ook heel goed te doen zijn. De fragmenten die ze ons lieten zien waren echt hilarisch en in onze map zat een CD-rom met alle fiches pédagogiques, geschikt voor verschillende ERK niveaus. Een belangrijke component in de aanpak was ook het laten voorspellen van de film door de leerlingen. Het was een zéér geslaagde workshop. Bovendien krijgen alle deelnemers van deze studiedag de film toegezonden, wat wil je nog meer.

Al met al was het een zeer geslaagde dag en het is natuurlijk ook altijd leuk om met collega’s van andere scholen te spreken.

Video: Cliché!

De naam van de video zegt het al: alle clichés die over de Fransen bekend zijn vindt u in deze animatie terug. Het mooie van de animatie is dat er een Creative Commons Licentie aan is toegevoegd, waardoor de animatie voor niet commerciële doeleinden gebruikt mag worden. Ook is er de ‘Making of …’ waarin wordt uitgelegd hoe het filmpje gemaakt is, namelijk met Flash. De site die bij het filmpje is ontwikkeld, vindt u hier

Court métrage: la fille qui détestait les livres

Court métrage d’animation racontant l’histoire de Meena. Son nom signifie « poisson » en sanskrit, n’aime pas lire. En fait, elle déteste tout ce qui se rapporte aux livres et à la lecture. Cela inquiète ses parents qui, eux, aiment bien les livres. Ou plutôt ils les adorent au point d’en lire trois à la fois. Un jour, en cherchant Max, son chaton, Meena pénètrera dans l’univers magique des livres, une découverte qui changera toute sa vie. D’après le livre de Manjusha Pawagi. De la collection Les petits conteurs 2.

Le Petit Prince animé

Na lange tijd weer eens een bericht. In de vakantie houd ik in het algemeen aan een weblog stilte, maar na de vakantie was het snel weer ontzettend druk, vandaar dat het lange tijd stil is geweest op dit weblog. Dan volgt dan mijn eerste nieuwe bericht in het nieuwe jaar. Via Google alerts werd ik geattendeerd op een weblog voor de Franse taal: A la française … Op dit weblog trof ik een leuk filmpje aan over de Petit Prince. Het gaat uit van het normale boek, alleen wordt op een leuke manier het verhaal ‘levend’ gemaakt.

Le Petit Prince chapitre 1

[Bron: https://geudensherman.wordpress.com/2010/12/30/le-petit-prince/ ]